De dieren in de tuin: de vlinder het lieveheersbeestje de meikever

Over de dieren die je in Nederland in je tuin kan vinden kan men in dit artikel informatie vinden. De dieren die in onze tuinen leven zijn de volgende dieren: de vlinder, het lieveheersbeestje, de meikever, de tuinslak, de regenworm, de kruisspin, de mol, de huismus, het roodborstje, de koolmees.

vlinder

De dieren in de tuin: de vlinder

De dieren in de tuin: de vlinder het lieveheersbeestje de meikever

De dieren in de tuin: de vlinder, het lieveheersbeestje, de meikever, de tuinslak, de regenworm, de kruisspin, de mol, de huismus, het roodborstje en de koolmees.
de vlinder

Als je veel bloemen in je tuin hebt kan je bijzonder veel vlinders zien, net als het koolwitje, de kleine vos, het zandoogje, het blauwtje of misschien de citroenvlinder. De vlinder haalt nectar uit een bloem.

een vlinder

De dieren in de tuin: de vlinder

 

De vlinders die je overdag in je tuin vindt zijn kleurrijk. Als je midden in de nacht een vlinder tegenkomt is die meestal bruin.
Het vrouwtje legt de eitjes op een blad van de plant. Als de rupsen dan uit het ei komen kunnen ze gelijk beginnen met eten, want ze vinden deze bladeren heel lekker, zo past dus de brandnetel bij de vlinder. Natuurlijk leggen de vrouwtjes de eitjes niet zomaar op een blad.
Als de rups die uit het ei is gekomen groot genoeg is veranderd ze in een pop. Uit de pop kom tenslotte een nieuwe vlinder.
De vlinder haalt met zijn lange tong nectar uit de bloemen. Zijn tong is hol net als een rietje, als hij zijn lange tong niet gebruikt is hij op gerold.
Bijna alle vlinders komen uit in de lente, de winter gaan ze door als pop.
rups – pop – vlinder

 

De dieren in de tuin: de vlinder, het lieveheersbeestje, de meikever, de tuinslak, de regenworm, de kruisspin, de mol, de huismus, het roodborstje en de koolmees.
het lieveheersbeestje

In de zomer vindt men heel veel lieveheersbeestjes. Lieveheersbeestjes komen voor in het rood met zwarte stipjes, in het geel met zwarte stipjes, in het zwart met rode stipjes en in het zwart met gele stipjes.

het lieveheerstbeestje

De dieren in de tuin: het lieveheersbeestje

Lieveheersbeestjes kunnen verschillend aantal stipjes hebben, dit heeft geen verbant met de leeftijd.
Tuinmannen vinden het leuk als ze veel lieveheersbeestjes in hun tuin hebben, want lieveheersbeestjes eten graag bladluizen. Bladluizen maken onze tuin kapot.
vogels worden door het lieveheersbeestjes gewaarschuwd dat hij vies is. Het lieveheersbeestje laat ook iets geel vloeibaars los, dat erg vies ruikt en smaakt.
Het vrouwtje leg de eieren aan de onder kant van een blad, waar veel bladluizen zitten. Uit deze eitjes komen larven die heel graag bladluizen eten. Later verandert de larve  in een pop. Uit de pop komt in de lente een nieuw lieveheersbeestje.
Een lieveheersbeestje doet in gevaar net als hij dood is. Hij blijft dan rustig zitten, maar trekt wel zijn pootjes in.
Lieveheersbeestjes kruipen in de winter samen weg onder de grond en houden daar een winterslaap.

De dieren in de tuin: de vlinder, het lieveheersbeestje, de meikever, de tuinslak, de regenworm, de kruisspin, de mol, de huismus, het roodborstje en de koolmees.
de meikever

Deze kever komt in de zomer in bomen, struiken en hagen voor.

de meikever

De dieren in de tuin: de meikever

De meikever heeft sprieten voor op zijn kop, die hij gebruikt voor te ruiken.
Tussen een kever en een insect is een verschil, want elke kever is een insect, maar niet elk insect is een kever. Een kever heeft twee schilden die zijn rug bewaken, daaronder zitten zijn vleugels opgevouwen.
Het dagmenu zijn bladeren.
Het vrouwtje legt haar eieren in de grond en gaat daarna dood. Uit de eitjes komen larven, deze eten wortels. Na plusminus drie jaar veranderen deze in een pop. Tot de volgende lente blijft ze in de grond.
De meikever ruikt met zijn sprieten ook wel antennen genoemt die voorop zijn kop zitten.
Als de meikever vliegt maakt hij een brommend of zoemend geluid. Brrrrr brrrrr.

De dieren in de tuin: de vlinder, het lieveheersbeestje, de meikever, de tuinslak, de regenworm, de kruisspin, de mol, de huismus, het roodborstje en de koolmees.
De tuinslak

De tuinslak kun je met en zonder huisje vinden.

de tuinslak

De dieren in de tuin: de tuinslak

Het slijm zorgt ervoor dat de slak gemakkelijker vooruit kan komen, dus je kan zien waar er een slak is geweest, want hij laat een slijmspoor achter.
De slak is onderweg maar toch is hij thuis, want hij draagt zijn huisje op zijn rug mee.
De slak heeft sprieten aan de voorkant van zijn kop daar ogen inzitten, hij kan er ook mee ruiken en voelen.
Als je de slak niet ziet is het te droog of te warm. in de winter houdt hij een winterslaap.
Het dagmenu is gras, bladeren, sla en nog meer malse groentes.
De tuinslak heeft bijzonder veel vianden. Vijanden : kikkers, egels, muisen en lijsters
De eieren van de tuinslak zijn rond. Worden bij elkaar in de grond gestopt. Later komen er slaken uit.

 

De dieren in de tuin: de vlinder, het lieveheersbeestje, de meikever, de tuinslak, de regenworm, de kruisspin, de mol, de huismus, het roodborstje en de koolmees.
De regenworm

De regenworm kun je herkennen aan zijn ringen, je kunt ze in elke tuin vinden.

de regenworm

De dieren in de tuin: de regenworm

Het is een lang kronkelend diertje.
De regenworm maakt gangetjes in de grond waardoor het water en de lucht beter bij de wortels kan komen.
De worm heeft geen pootjes, en zijn vel is ook niet glad, het zit vol ringetjes die in en uit elkaar kunnen schuiven waardoor de regenworm door vooruit kan komen.
Als je regenwormen wilt vangen kan je dat het beste na een regenbui doen want dan staan al hun gangetjes vol met water, en als ze dan niet uit grond te voorschijn komen verdrinken ze. Je kan het ook in de nacht doen, want de regen worm houdt niet van licht.
Het dagmenu is dode bladeren en dode grassprieten(dit zijn allemaal restje van planten die je op de bodem kan vinden).
De regenworm is mannetje en vrouwtje.

De dieren in de tuin: de vlinder, het lieveheersbeestje, de meikever, de tuinslak, de regenworm, de kruisspin, de mol, de huismus, het roodborstje en de koolmees.
De kruisspin

De kruisspin maakt een groot web dat lijkt op een wiel.

de kruisspin

De dieren in de tuin: de kruisspin

De spin kan draden maken, deze komen uit zijn achterlijf.
De kruisspin heeft een kruis van witte vlekken op zijn achterlijf, daarom heet hij kruisspin.
Het web is de voedsel vanger voor de kruisspin. hij verlamd zijn prooi daarna wikkelt hij het in kleefdraad, eet daarna rustig door.
De eiers worden door het vrouwtje op een hoopje gelegt, beschermd me spinsel. In de herfst gaan de ouders beiden dood, daarna komen in de lente de jonge spinnen uit.
Het mannetjes zoekt ook in de herfst een vrouwtje, hij maakt draden aan haar web vast en vraagt mag ik bij je komen.
Het vrouwtje is groter en sterker.

De dieren in de tuin: de vlinder, het lieveheersbeestje, de meikever, de tuinslak, de regenworm, de kruisspin, de mol, de huismus, het roodborstje en de koolmees.
De mol

Een mol die leeft zie je niet vaak. Hij blijft het liefst in de grond, maar je kan door de molshopen wel zien waar hij geweest is.

de mol

De dieren in de tuin: de mol

Hij leeft in de grond.
Hij gebruikt een ronde zaal als kamer, deze zal is bekleed met mos, stro en bladeren.
De voorpoten lijken net schepjes, hij graaft er goed mee.
Hij beweegt zich in de grond snel.
Hij ziet niet veel.
Hij hoort en voelt zeer zeer goed
Hij voelt met zijn snuitje.
In de lente komen er kleintjes, die kaal en hulpeloos zijn.
De kleintjes zijn nog tien weken bij hun moeder.
Daarna zoeken ze een eigen woonplaats.
Dagmenu: wormen.
Hij leeft in een gebiedt waar hij geen andere mollen toelaat.
Hij heeft dat voedsel hardt nodig.

De dieren in de tuin: de vlinder, het lieveheersbeestje, de meikever, de tuinslak, de regenworm, de kruisspin, de mol, de huismus, het roodborstje en de koolmees.
De huismus

Waar mensen wonen zie je deze beestjes.

de huismus

De dieren in de tuin: de huismus

Hij is gewent aan mensen, soms breekt hij in de je schuur of in je huis binnen voor voedsel.
Zijn nest bouwt hij onder dakpannen of in de muur zelfs in gaten of spleten ook al.
Het nest is slordig van wol, gras, hooi en veertjes gemaakt.
Ze gebruikt het voor te broeden en wanneer het kouder wordt voor in te slapen.
Zij krijgt elk jaar tussen de 9 en 20 kleintjes, ze zorgt voor een groot gezin.
Kriebelende diertjes haalt ze dooreen zandbad van zich af.

huismus

De dieren in de tuin: de huismus

De mus zingt niet, maar kwettert.
Het dagmenu: zaadjes, vliegjes, rupsjes, broodkruimels, kaas enzovoort.

De dieren in de tuin: de vlinder, het lieveheersbeestje, de meikever, de tuinslak, de regenworm, de kruisspin, de mol, de huismus, het roodborstje en de koolmees.
Het roodborstje.

Het is een klein zangdiertje.

het roodborstje

De dieren in de tuin: het roodborstje

Het heeft een oranje, rode borst
Hij leeft in een gebiedt waar hij geen andere roodborstjes toelaat.
Door zijn roept het mannetje een vrouwtje in de lente.
Het nest is een kuiltje op de grond of een holle boom of in heggen en struiken gemaakt van mos en bladeren.
Ze gaan in de winter naar warmere landen.
Hij durft bijna naast je te komen zitten in de tuin of op een bankje.
Het dagmenu is: insecten, wormpjes, rupsjes, bessen, zaadjes en broodkruimels.

De dieren in de tuin: de vlinder, het lieveheersbeestje, de meikever, de tuinslak, de regenworm, de kruisspin, de mol, de huismus, het roodborstje en de koolmees.
De koolmees

Dit beestje heeft een zwarte nek, kop en keel.

de koolmees

De dieren in de tuin: de koolmees

Hij komt graag bij ons in de tuin.
Hij is al vroeg wakker, voor de zon op komt.
Slaapplaatsen: een holte of tussen bladeren.
Hij zoekt holle bomen, buizen, pompen, muurgaten nestkastje op voor te broeden.
Deze plekken maakt hij van gras, mos en dorre bladeren, wat met wol, pluim en haren wordt bekleed.
Hij leeft in een gebiedt waar hij geen andere koolmeesjes toelaat.

koolmeesje

De dieren in de tuin: de koolmees

Elk jaar heeft de koolmees 8 tot 10 kleintjes tegelijk, die moeten ze allemaal voeden, dus hebben ze het druk.
Het dagmenu is: insecten, rupsen, zaden en kokosnoot.
In de winter zijn ze in een groep samen waar genoeg voedsel is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *